Home / Opinie / Hollandse onderzeeboten?

Opinie artikel

Hollandse onderzeeboten?


TEKST: Rick van de Weg

De RDM-werf in Rotterdam is inmiddels een congrescentrum en een ‘innovatieve hotspot’ waar veertig start-ups en MKB-bedrijven werken aan de maakindustrie van de toekomst. Het is ook de plek waar op 25 mei 1992 de laatste tewaterlating van een Nederlandse onderzeeboot plaats vond. Na de teloorgang van de RDM leek het boek over de onderzeebootbouw in Nederland voorgoed gesloten. Maar daar komt verandering in…

Met de publicatie van de zogenoemde A-brief door minister Hennis-Plasschaert half juni, is het spel om de vervanging van de Walrusklasse definitief op de wagen. De Duitse werf TKMS en de France evenknie DCNS roeren hun staart. Maar ook het Nederlandse Damen loopt zich nadrukkelijk warm. “Het zou toch uniek zonde zijn als het bedrag gemoeid met de aanschaf van de nieuwe boten naar het buitenland zou gaan, terwijl het ook hier in Nederlandse innovatie en werkgelegenheid kan worden geïnvesteerd”, aldus Hein van Ameijden, directeur van Damen Schelde Naval Shipbuilding. “Geschat wordt dat dit project goed is voor vele duizenden manjaren werk voor de Nederlandse industrie, inclusief maritieme kennisinstituten. En dan wordt het na de ingebruikname noodzakelijke onderhoud en de instandhoudingsfase nog niet eens meegerekend.”

Eigen boontjes doppen
Op de geluiden dat we in Nederland geen onderzeeboten meer kunnen bouwen, heeft Van Ameijden een duidelijk antwoord. “In de ‘gouden driehoek’ van Koninklijke Marine, maritieme kennisinstituten en het maritieme bedrijfsleven, kunnen we al eeuwenlang onze eigen boontjes doppen als het gaat om de bouw van marineschepen. En ook nog eens op een internationaal, kwalitatief hoogstaand niveau. En dat geldt nu even zeer, ondanks het feit dat de RDM inmiddels is gesloten. Een inventarisatie door het Dutch Underwater Knowledge Center (DUKC) heeft in 2013 aangetoond dat een groot deel van het ontwerp, engineering en bouw van de nieuwe onderzeeboten ook daadwerkelijk door het Nederlandse bedrijfsleven uitgevoerd kan worden. Dit wordt nog eens onderstreept door het ingrijpende instandhoudingsprogramma waarmee de Walrusklasse op dit moment nationaal wordt gemoderniseerd.”

Modulariteit
Toch zullen het niet geheel oranje boten gaan worden. Van Ameijden: “het is zonneklaar dat zonder ondersteuning door een ervaren, buitenlandse onderzeebootbouwer zeer specifieke technologie en essentiële onderdelen, zoals bijvoorbeeld de lucht onafhankelijke voortstuwing (AIP) niet kostenefficiënt ontwikkeld kunnen worden. Dat hebben we reeds in een vroeg stadium onderkend. Na uitvoerige analyse en beoordeling van alle mogelijke buitenlandse partners hebben we gekozen voor Saab-Kockums uit Zweden. Er is geen andere Europese werf die zo veel verschillende onderzeebootontwerpen het licht heeft doen zien. Maar belangrijker dan dat, is dat hun ontwerpfilosofie stoelt op het principe van modulariteit. Dit betekent niet alleen dat de flexibiliteit om Nederlandse klantspecifieke vereisten, expertise en systemen te integreren aan de basis van het design ligt, maar ook dat vanuit dit basisontwerp al wordt ingecalculeerd dat de onderzeeboten in de loop der tijd relatief makkelijk onderhouden en up-to-date gehouden moeten kunnen worden. Een bijzonder relevant punt in relatie tot de life-cycle kosten. Daarmee sluit hun filosofie niet alleen naadloos aan op de onze, maar ook bij wat de Koninklijke Marine en de belastingbetaler voor de toekomst nodig hebben.”

Fregatten en mijnenbestrijders
Naast de onderzeeboten heeft Damen nog twee nationale marine nieuwbouwprojecten op de korrel. Het gaat dan om de vervanging van de M-fregatten en de mijnenjagers. Deze projecten worden vanuit defensie beide samen met België aangelopen. De opvolger van de M-fregatten is inmiddels in de behoeftestellingsfase gekomen, maar dat betekent niet dat er snel nieuwe exemplaren op het Marsdiep zullen varen. Eind jaren twintig lijkt een realistische planning. De nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen zitten daar net voor met een verwachte oplevering van het eerste exemplaar rond 2026. In tegenstelling tot de huidige mijnenjagers, lijkt het erop dat de nieuwe MBV’s vooral mijnenbestrijdingsmoederschepen worden met een mix van onderwaterdrones die al naar gelang de mijnendreiging ingezet kan worden. Deze moederschepen moeten groot genoeg zijn om ver van huis te kunnen opereren en om ook in de toekomst met de nieuwste onderwatervaartuigen te kunnen werken.

 

Meer opinie artikelen