Home / Opinie / Hofleverancier van de marine

Opinie artikel

Hofleverancier van de marine


Scheepsbouw in de Gelderse Vallei? Zeker. In de bassins van het MARIN (Maritiem Research Instituut Nederland) in Wageningen duiken dagelijks schepen in de golven en maken booreilanden slagzij. MARIN is in 1932 opgericht door de Nederlandse overheid, samen met de scheepvaartindustrie. MARIN telt 375 medewerkers. De jaaromzet is 45 miljoen euro.

Tekst: Riekelt Pasterkamp

”Stroom, wind, golven; we kunnen hier alle omstandigheden op zee nabootsen”, zegt dr. ir. Bas Buchner, president en algemeen directeur van MARIN. “Onze doelstelling is om de maritieme sector schoner, slimmer en veiliger te maken.” En om direct met de deur in huis te vallen: “De toekomstige onderzeeboten van de marine zullen stiller zijn dan de huidige Walrusklasse.”

Voor “het grootste onafhankelijke maritieme onderzoeksinstituut ter wereld” is geheimhouding cruciaal. MARIN werkt onder andere voor Nederlandse werven als IHC en Damen en hun Europese en Aziatische collega’s. Ook Shell, Heerema, grote Amerikaanse oliemaatschappijen en de US Coast Guard zijn klanten. De Amerikaanse marine komt af en toe langs. “Alles waar een kanon op staat, komt hier niet”, lacht Buchner (1966). Bijna 70 procent van MARIN’s omzet komt uit het buitenland. “Zo houden we onze kennis voor de Nederlandse maritieme sector echt up to date.”

Kust
De Nederlandse overheid –lees de ministeries van Economische Zaken en Defensie– zorgt voor minder dan 10 procent van de omzet van MARIN. Maar Nederland is toch een maritieme natie? Buchner: “Zeker, maar we handelen daar niet naar.” Hij pakt er het boek ‘Langs de kust’ van auteur Thijs Broer bij en citeert daaruit oud-premier Piet de Jong. “Voor sommige mensen is de kust het einde van een land, voor anderen het begin van de wereld.”

“Het beeld is dat in Nederland veel geld wordt verdiend met baggeren en bouwen van dijken. Let wel: de maritieme maakindustrie in Nederland is groter dan de natte waterbouw. Damen en IHC zijn wereldberoemd. In de jachtbouw staan vaderlandse werven aan de top.” De luchtvaartsector heeft haar lobby beter voor elkaar, constateert Buchner. “Als er twee F-35’s voor de eerste keer in Nederland landen, staan de media er bol van. Als het grootste schip ter wereld in Rotterdam aankomt, is er alleen discussie over de naam.”

Model
De Koninklijke Marine is kind aan huis in Wageningen. “We willen hofleverancier van de marine zijn.” Voor de drie komende vervangingsprogramma’s (fregatten, mijnenjagers en onderzeeboten) is MARIN kennispartij. “Sinds 2007 hebben wij hier op verzoek van de Defensie Materieel Organisatie een zelfvarend model van 5 meter varen om het gedrag van onderzeeboten te onderzoeken. Zo kunnen we de effectiviteit van de schepen verbeteren, met als doelstelling maximale operationele inzetbaarheid.”

Buchner wil concept, ontwerp en operatie van een schip meer in elkaar laten grijpen. Neem de FRISC, de supersnelle motorboot van de marine. ”Als je daar in zit, krijg je flinke klappen. De ervaringen van die mannen willen we graag horen en verwerken.

De mens is de brug tussen ontwerp en gebruik. We kunnen prachtige berekeningen, modelproeven, simulaties en praktijkmetingen inzetten, waarbij systemen steeds slimmer worden, maar het is de mens die er mee moet werken.”

”Ander voorbeeld: met stereobeelden gecombineerd met de scheepradar van marineschepen proberen we inkomende golven en de scheepsbewegingen te voorspellen. Daarmee kun je helikopterpiloten adviseren wanneer ze hun toestel veilig aan dek kunnen zetten. Recent hebben we daarmee op Zr. Ms. Karel Doorman de eerste proeven gedaan.”

De directeur van MARIN zet zijn kaarten niet op onderwaterdrones. “Afgezien van de ethische vraag is het zo dat communicatie onder water heel uitdagend is. Die gele onderzeeboot van ons kan zelfstandig zijn weg vinden in een bak van 40 bij 170 meter. Communicatie is zelfs in zo’n kleine bak al moeilijk. Hoe moet dat dan in een stuk zee van 40 bij 170 kilometer?”

Urgentie
MARIN wil in Wageningen op haar huidige terrein een nieuw simulatorcentrum bouwen waar personeel getraind kan worden en nieuwe scheep- en offshore-ontwerpen getest. Buchner over het nieuwe Seven Oceans Simulatorcentrum dat in 2018 klaar moet zijn: ”Recente ongelukken op zee hebben de urgentie van scheepvaartveiligheid aangetoond, denk aan de Costa Concordia. Vaak waren ongelukken het gevolg van menselijk gedrag. Ook werd er niet altijd adequaat gereageerd op noodsituaties. Dat willen we helpen voorkomen.” Daarnaast kunnen de simulatoren in de toekomst via internet worden verbonden met andere simulatoren in binnen- en buitenland, zoals die van de zeevaartscholen en de Koninklijke Marine.

Riekelt Pasterkamp (1962) is freelance journalist, auteur en presentator, gespecialiseerd in defensie en veiligheid. Hij werkte ruim 20 jaar in de dagbladjournalistiek en heeft sinds 2009 zijn eigen mediabedrijf TekstPast. Hij schreef dit artikel voor het Marine Magazine, dat daar in 2016 in werd gepubliceerd.

 

Meer opinie artikelen