Home / Opinie / De verantwoordelijkheden van een handelsland

Opinie artikel

De verantwoordelijkheden van een handelsland


“Als je als een handelsland bent met een relatief grote economie, heb je er belang bij om die economie te beschermen,” zegt Groepsoudste Onderzeedienst kapitein ter zee (KTZ) Hugo Ammerlaan. “Dus heb je ook militaire middelen nodig.” Inclusief onderzeeboten.

Tientallen meters onder water in een koude, donkere zee zit KTZ Hugo Ammerlaan ontspannen in de longroom van Zr.Ms. Walrus. Een kop hete koffie in z’n ene hand en zijn andere hand ligt op het Perzisch tafelkleed. Een kleed zoals dat al jaren in de longroom op iedere Nederlandse  onderzeeboot terug te vinden is, zo legde Ammerlaan eerder uit. En hij kan het weten, want Ammerlaan was er zelf bij toen het pluche tafelaccessoire werd geïntroduceerd op de Potvis, een Driecilinder onderzeeboot.

Hr.Ms. Potvis was Ammerlaan’s eerste onderzeeboot. In 1984 kwam hij er aan boord en doorliep alle officiersfuncties, waarna hij in 1995 de eerste Nederlandse opleiding voor onderzeebootcommandanten met succes afrondde. Het commando over Zr.Ms. Dolfijn was het operationele slotstuk bij de Onderzeedienst.

Walfuncties volgden en werden afgewisseld met het commando over M-fregat Hr.Ms. Willem van der Zaan en LCF Zr.Ms. De Zeven Provinciën. Na een NAVO-functie in Brussel werd Ammerlaan totaal onverwacht gebeld voor de functie van Groepsoudste Onderzeedienst. “Waarom bel je mij?” was zijn eerste reactie, “Ik heb 15 jaar niks meer met onderzeeboten gehad.” Lang hoefde Ammerlaan er echter niet over na te denken.

De vervanging van de Walrusklasse speelde toen formeel nog niet, maar daar werd tijdens de commando-overdracht verandering in gebracht. Vanaf dag één kreeg de nieuwe Groepsoudste te maken met het vervangingsprogramma en alles wat daar bij komt kijken. Zijn brede ervaring buiten de Onderzeedienst kwam van pas.

Sinds de term ‘nieuwe onderzeeboten’ voor het eerst klonk in 2013, wordt met grote regelmaat gevraagd waarom Nederland onderzeeboten nodig heeft.

Volgens Ammerlaan hoort een op haar taak berekende vloot bij de verantwoordelijkheid van een land dat voor een groot deel afhankelijk is van de zee en de 17e economie ter wereld is.  “In het verleden werd de grote Nederlandse koopvaardijvloot gezien als reden voor een grote marine. Economieën zijn inmiddels geëvolueerd en ook zonder grote koopvaardijvloot kun je een handelsnatie blijven. Dat impliceert dan ook dat je die logistieke stromen moet willen beschermen, vanwege de noodzaak van economische stabiliteit . Of dat nou om Noorse, Griekse of Nederlandse schepen gaat. Vandaar dat ik denk dat het hebben van een grote koopvaardijvloot geen argument is voor het hebben van een grote marine, maar het garanderen van die handelsstromen wel.”

In de discussie de afgelopen maanden is weleens geopperd om de handelsstromen door andere landen te laten beschermen. Ammerlaan: “Dat kan, maar de vraag is hoe bondgenoten dan naar je kijken. Als ik het politieke klimaat bekijk, zie ik dat  Nederland wél die verantwoordelijkheid wil nemen. Dat kan je doen door internationale gerechtshoven te stichten, maar ook door militair materieel te hebben waarmee je bepaalde zaken beschermt.”

Als je naar zee gaat, wil je dat driedimensionaal doen; met vliegtuigen, schepen én onderzeeboten.

Ammerlaan ziet onderzeeboten als een noodzakelijk onderdeel van die bescherming: “Als je naar zee gaat, wil je dat driedimensionaal doen; met vliegtuigen, schepen én onderzeeboten. Als een fregat naar een gebied moet met veel dreiging en je hebt geen dekking onder water, dan gaat dat fregat niet varen. Tenminste, ik zou het als militair niet leuk vinden. Zo’n schip gaat dan naakt over zee. Net als tanks zonder luchtdekking. Het eerste wat je wil hebben is luchtoverwicht als je landtroepen inzet, toch? Nou, dat is op zee ook zo. Voordat je schepen inzet: eerst onderwateroverwicht en luchtoverwicht. Dat is militair verstandig. En dat kan met onderzeeboten omdat zij ook kunnen opereren waar andere maritieme, lucht- of landeenheden niet kunnen komen.”

In dat licht is het volgens Ammerlaan ook logisch om een onderzeeboot te hebben die zelfstandig ver van huis kan opereren, expeditionair dus: “De ambitie van Nederland is om de krijgsmacht expeditionair in te zetten. Als je een expeditionaire vloot hebt, moet je daar ook een expeditionaire onderzeeboot onder leggen. Ik zie niet waarom je een expeditionaire bovenwatervloot zou moeten hebben en een onderzeeboot die alleen in de buurt van Nederland kan blijven. Het beschermen van de Nederlandse handelsstromen doe je niet alleen op de Noordzee, maar ook ver weg. Boven én onder water.”

Dit verhaal werd in 2016 voor Marine Magazine geschreven door Jaime Karremann (1978) volgt de Nederlandse marine en buitenlandse marines sinds 2001 voor zijn website Marineschepen.nl en voor andere media. Karremann werkte als militair en later als burger bij de Koninklijke Marine.

Meer opinie artikelen