Home / Activiteiten / Sea Power Symposium

Activiteit

Sea Power Symposium

22 november, 2015

Onder het thema ‘How SMART is our Sea Power’ kwamen tweehonderd deelnemers van de Johan de Witt lezing bij elkaar in de Kunsthal in Rotterdam.


KIM Alumni Vereniging en Stichting P3M dit symposium organiseren. Om de discussie op voorhand alvast wat kracht bij te zetten, werd de lezing dit keer onder de noemer ‘Sea Power Symposium’ georganiseerd. Doel van het symposium is om in gesprek te komen over het economisch belang van maritieme veiligheid voor Nederland, de kwetsbaarheid van de mondiale maritieme veiligheid en de toegevoegde waarde van SMART Sea Power voor de Nederlandse belangen.

Video Player

 

Voorzitter van beide verenigingen, Rob van Doorn, trapte het Sea Power Symposium af met een aantal indringende oneliners. “De totale operationele kosten van de Koninklijke Marine zijn lager dan de omzet in de wietteelt in Tilburg”, hield hij de deelnemers voor. “De internationale ontwikkelingen dwingen ons stil te staan bij de vraag ‘How SMART is our seapower’. In de afgelopen twee wereldoorlogen kwam de bevrijding van overzee, het is dus niet verstandig is om daarop te bezuinigen.”

How smart is it to have sea power?

Rotterdam, 03 september 2015 Opening Wereldhavendagen, Symposium, Boekoverhandiging

De zaal werd door moderator Jeroen de Jonge uitgenodigd om over dit thema in debat te gaan. Daartoe gaf voormalig Minister van Defensie Hans Hillen een mooie inhoudelijke aftrap. Hij schetste het belang van maritieme veiligheid voor de Nederlandse economie en de logistieke afhankelijkheid van wereldwijde vrije handelsroutes voor de export naar het achterland. “Natuurlijk heb ik de uitdagingen voor de krijgsmacht te groot gemaakt door tijdens mijn ministerschap 1 miljard op defensie te bezuinigen. We zijn te hard gegaan in de bezuinigingen. De politiek reageert tegenwoordig vooral vanuit financieel perspectief, en dat is niet goed.“

“We hadden destijds de verkenningen opgesteld, die een aantal scenario’s voor de toekomst van defensie uitwerkten. Daar is in de kabinetsformatie nauwelijks naar gekeken.” Hillen vervolgt zijn verhaal door te schetsen dat Defensie altijd een makkelijke prooi is om te bezuinigen. “Als je aan de ‘zorg’ of andere voorzieningen komt, dan staat de wereld op zijn kop. Terwijl Defensie, maar ook Verkeer en Waterstaat zich altijd relatief gemakkelijk laten wegbezuinigen.”

Hillen: “De ministers verschuilen zich te veel achter het regeerakkoord. Politiek gezien moeten we het debat dan ook heel anders gaan voeren. Nu worden eerst de partijprogramma’s opgezet, waarna het centraal planbureau bepaalt hoeveel er bezuinigd wordt. Voordat de Minister van Defensie zelf aan zet is, is het regeerakkoord met de nodige bezuinigingen al rond. In het bedrijfsleven zou dit echt ondenkbaar zijn. Eerst een plan opstellen, vervolgens afstemmen met personeel en samenleving en dan pas een CEO erbij zoeken die het plan mag uitvoeren. Dat is voltrekt de verkeerde volgorde!”

“SMART Sea Power is van groot belang. Nederland is al eeuwenlang de ‘Van Gent en Loos’ van de wereld. We zijn de grootste handelsnatie ter wereld, als je ergens een putje of een bureaulade opentrekt in de wereld, dan komt er een Nederlander uit. Wij moeten daarom met onze bondgenoten de zeeën vrij houden en onze handelsroutes beschermen.”

Het voorstel van Hans Hillen om voortaan niet meer schepen en ander defensiematerieel te leasen in plaats van kopen wekte de meeste aandacht. De uitspraak was vooral bedoeld om op een andere manier naar de investerings- en innovatieproblematiek te kijken. “Buitenlandse marines zien scheel van de jaloezie, als het gaat om het ontwerp en de inzet van onze high tech schepen. Het zou mooi zijn als we de investeringskosten kunnen drukken met een andere financieringssystematiek. Als Nederland moeten we vooraan kunnen staan in het beheersen van de spiraal van geweld. We doen dit door klein en slim te zijn. Daarbij moet de discussie niet meer gaan over de aanschafprijs, maar over de mate van innovatie op onze schepen. Door schepen te leasen dwing je de industrie continue te vernieuwen en innoveren, zonder dat daar iedere keer een discussie over de aanschafprijs aan vooraf gaat.”

Niet alleen hield Hillen een pleidooi voor een andere financieringssystematiek. Hij pleitte ook voor een hernieuwde focus op het Aziatische theater. “Als we kijken naar het Oosten, dan wordt Nederland veel herinnerd aan de slechte dingen die we in Indonesië gedaan hebben, maar er zijn ook heel veel goede dingen die we daar samen kunnen blijven delen. Nederland heeft grote belangen bij een vrijE doorvaart vanuit het Oosten en een maritieme traditie te behouden. We moeten daarom onze sea power wereldwijd behouden, smart in technologie en mogelijkheden.”

How smart is it to use sea power?

Rotterdam, 03 september 2015 Opening Wereldhavendagen, Symposium, Boekoverhandiging

Erik Meijer studeerde internationale betrekkingen en bereidt momenteel een promotieonderzoek voor over sea power, maritieme strategie en marines. Hij benaderde het onderwerp vanuit het perspectief van maritieme strategie en het belang van specifieke keuzen in maritieme nichecapaciteiten voor onze trans-Atlantische relaties. Meijer begon zijn verhaal aan de hand van twee perspectieven op Sea Power. “Enerzijds de Sea Power als input. Wat stoppen we erin als marines, kustwachten en civiele maritieme industrie? Maar veel interessanter is het om de output te bekijken. Wat levert het ons op en hoe kunnen we vanaf zee het gedrag van anderen beïnvloeden? Wat is ons vermogen om de zeeën en oceanen te gebruiken voor commerciële doeleinden?”

Meijer schetst een beeld waarbij we veel meer moeten kijken hoe we de invloed op en vanuit zee kunnen gebruiken om crises op het land te bestrijden. “De globalisering zet door, dat is het internationale systeem waar onze welvaart op is gebaseerd. Daar horen twee modellen marines bij. Een ‘post moderne marine’ die zich focust op de globalisering en het veiligheidsvraagstuk daar omheen. Anderzijds een klassieke marine, die zich meer richt op het verdedigen van de hulp- en energiebronnen voor het eigen land.”

“Maritieme aanwezigheid is ongelofelijk belangrijk, want je bent daar waar het op dat moment in de wereld gebeurt. Al is het alleen maar voor de beeldopbouw. Heel belangrijk is ook het derde element, waarbij we als marine diplomatie bedrijven. Marines zijn daar van oudsher veel mee bezig geweest. ‘Gunboat diplomacy’ is hiervoor een veel te negatief woord.”

Meijer beschrijft tot slot het Korps Mariniers als de ideale gereedschapskist. “Je kunt er uit halen wat je nodig hebt om op te schalen. De wisselwerking tussen land en zee is daarbij een belangrijk element, dat zichzelf alleen maar kan versterken.”

How smart is it to build sea power?
MAARTJE ROOSRené van Hell van het Ministerie van Buitenlandse Zaken vertaalt de waarde propositie van SMART sea power naar de rol van de Nederlandse overheid bij succesvolle innovatie. René is lid van het kernteam export en promotie van de topsector Water. Welke lessen kunnen we leren uit het principe van open innovatie, zoals dat wordt gebruikt in het uiterst succesvolle smart industry project? Of vanuit de topsector Water?

De Nederlandse Gouden Driehoek van industrie, overheid en kennisinstellingen vormt de basis voor het succes van de capaciteiten van onze marine. Is die driehoek op de langere termijn ook in het buitenland houdbaar? Welke rol spelen buitenlandse bedrijven met het oog op internationale samenwerking, een van de uitgangspunten van de politiek?

René van Hell: “Buitenlandse Zaken en Defensie zijn complementair, we werken beide aan de internationale veiligheid en rechtsorde. Momenteel is een kentering in de perceptie daarop en dat moeten we nog beter over het voetlicht brengen. Denk bijvoorbeeld aan de unieke samenwerking tijdens ‘African Partnership Station’, waarbij de marine, bedrijfsleven en Buitenlandse Zaken gezamenlijk optrokken in een reis langs de Westkust van Afrika.”

René vertegenwoordigt het economische deel van Buitenlandse Zaken, dat deel dat het bedrijfsleven ondersteunt in haar mondiale missie. “Ik zie Buitenlandse Zaken als een CEO van een multinational, dat in 140 landen diensten levert. We hebben een gigantisch netwerk, waarbij we diensten leveren aan bedrijven en kennis instellingen. Het belangrijkste instrument wat we daarbij hebben, is de inzet van onze diplomaten. Vanuit het verleden hebben we daarbij een enorm Noord-Europese insteek. Het is daarom nu extra noodzakelijk om ook andere markten te vinden.

“Dat doe je ook door uit te gaan van sterktes van Nederlandse economie. Een van die sterktes is ons maritieme cluster, waar we trots op zijn. Die moeten we veel beter vermarkten. Een derde van ons Bruto Nationaal Product bestaat uit alles wat we in het buitenland doen. Je hebt dus echt die buitenlandse handel nodig om economische groei van de grond te krijgen. We moeten kijken wat we kunnen doen om de kennis die we op dat gebied hebben op een intelligentere manier in te zetten.”

Rotterdam, 03 september 2015 Opening Wereldhavendagen, Symposium, Boekoverhandiging

Voorzitter Rob van Doorn richt zich tot slot tot de deelnemers: “We moeten ons bewust worden dat we nu daadwerkelijk iets moeten doen. Onze defensie wordt in toenemende mate gedomineerd door financiële controllers. Ook met de Tweede Kamer hebben we er met grote nieuwbouwprojecten soms 150 deskundigen extra bij. Dat komt de slagkracht in de besluitvorming niet ten goede. We moeten in Nederland niet te lang meer stil blijven staan en onze Sea Power gebruiken waar het nodig is, maar vooral ook de innovatiemotor draaiende houden.”

Daarmee werd een succesvolle zesde Johan de Witt lezing afgerond. De voorzitter en de leden van het bestuur hebben besloten om de traditie van lezingen ook het komende jaar voort te zetten, waarbij de doelstellingen voor een volgend symposium helder blijven worden geformuleerd. Een van die doelstellingen is om de deelnemers aan het symposium vanuit een veel bredere kring te trekken, zodat de discussie over het leveren van veiligheid op en vanuit zee nog dieper tot in de samenleving kan doordringen. 

Meer activiteiten